Anatomie als sleutel tot lichaamsbewustzijn

7-10 minuten

lees

Ik wil graag begrijpen hoe iets werkt.

Niet alleen ongeveer. Ik wil weten hoe het in elkaar zit. Waarom iets gebeurt. Welke mechanismen erachter zitten.

En dat geldt ook voor mijn lichaam. Misschien juist voor mijn lichaam.

Een vrouw met een zachte glimlach en gesloten ogen, met lang golvend haar en een paar zwarte bril, gefotografeerd in natuurlijk licht.

Ik houd van bewegen. Van kracht, warmte en actie. Vinyasa yoga – een dynamische yogavorm die je in het westen veel tegenkomt – past me daarom goed. Bewegen op de ademhaling, spieren aanspannen, balans zoeken, mijn hartslag voelen stijgen en warm worden.

Dat begrijp ik. Ik doe iets en mijn lichaam reageert.

De zachtere yogavormen vond ik veel moeilijker te doorgronden. Ik volg al jaren yin yoga. Vooral vanuit de gedachte dat ik als hardloper ook moet rekken en strekken. Maar minutenlang in één houding blijven? Waarom eigenlijk? Wat gebeurt er dan in mijn lichaam? Waar werk ik aan? En als het antwoord vooral ‘ontspanning’ is: daarvoor kan ik toch ook in bad?

Tijdens de anatomiemodule van mijn opleiding tot yogadocent viel voor mij een belangrijk kwartje.

We verdiepten ons in botten en gewrichten, spieren, bindweefsel en fascia. Ik leerde niet alleen méér over de anatomie van het menselijk lichaam, maar begon ook beter te begrijpen waarom verschillende manieren van bewegen en belasten verschillende effecten hebben.

En daarmee begon ik eindelijk yin te begrijpen.

Ons lichaam bestaat uit meer dan spieren

Als we denken aan bewegen en trainen, denken we al snel aan spieren. Een spier wordt sterker als we hem belasten. We voelen onze quadriceps tijdens een squat, onze buikspieren tijdens een plank en onze schouders tijdens een krachtige yogahouding zoals downward facing dog.

Die lichamelijke feedback is duidelijk. Maar ons bewegingsapparaat bestaat natuurlijk uit veel meer dan spieren.

Door ons hele lichaam bevindt zich bindweefsel. Fascia maakt deel uit van dat uitgebreide netwerk. Het bevindt zich rond en tussen spieren en andere structuren, draagt bij aan het overbrengen van krachten en maakt beweging tussen verschillende weefsellagen mogelijk. Fascia is daarmee niet simpelweg het passieve ‘verpakkingsmateriaal’ waarvoor het vroeger nog weleens werd gehouden.

En dat weefsel reageert op wat we ermee doen. Mechanische belasting – trekken, rekken, comprimeren en bewegen – vormt een prikkel waarop weefsel kan reageren. Cellen in bindweefsel, waaronder fibroblasten, reageren op mechanische krachten en spelen een rol bij het reguleren en onderhouden van de extracellulaire matrix waarin zij zich bevinden.

Dat proces wordt mechanotransductie genoemd: het omzetten van een mechanische prikkel in een biologische respons.

Dat vind ik een fascinerend inzicht.

Bewegen is informatie voor ons lichaam.

En soms zit die informatie juist in het blijven

Daar begon yin voor mij ineens betekenis te krijgen.

Bij een dynamische yogavorm als vinyasa verandert de belasting voortdurend. We bewegen van de ene asana naar de volgende. Spieren leveren kracht, ontspannen weer, gewrichten bewegen en het lichaam past zich voortdurend aan.

Yin werkt anders.

Daar blijven we langere tijd in een houding en zoeken we een milde tot matige, gedoseerde belasting op. Niet met het doel om zo ver mogelijk een houding in te komen, maar juist om tijd toe te voegen aan de belasting.

Dat is relevant omdat bindweefsel tijdsafhankelijke, visco-elastische eigenschappen heeft.

Onder langdurige belasting kan de spanning in weefsel geleidelijk veranderen. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat fibroblasten op statische rek reageren door hun vorm en cytoskelet aan te passen. Ook zijn er aanwijzingen dat statisch rekken niet uitsluitend de gemeten eigenschappen van spieren beïnvloedt, maar ook die van fasciale structuren.

Dat betekent niet dat een yin-houding simpelweg ‘de fascia losmaakt’. Zo eenvoudig is ons lichaam niet. Maar het betekent wel dat tijd onderdeel kan zijn van de mechanische prikkel. En daardoor begreep ik ineens beter waarom minutenlang blijven iets anders kan zijn dan een paar keer kort rekken na het sporten.

Zakken betekent niet: verder

Dat inzicht maakte ook iets anders duidelijk. ‘Zakken in een asana, of houding’ betekent niet dat ik steeds dieper een houding in moet. Dat is juist niet het doel. Onze botstructuur, gewrichten, weefsels en individuele anatomie bepalen mede hoeveel bewegingsruimte we hebben. Het ene lichaam is het andere niet. Een houding die voor de één gemakkelijk toegankelijk is, kan voor een ander door diens anatomie begrensd worden.

Pijn is bovendien geen bewijs dat we ‘goed bij de fascia komen’. Een passende mechanische prikkel vraagt om dosering. En daarmee krijgt zakken voor mij een andere betekenis. Een positie zoeken waarin ik voldoende belasting ervaar. Niet automatisch verder gaan.

Blijven.

Waarnemen.

En mijn lichaam tijd geven om daarop te reageren.

Dat is óók trainen.

Yin en restorative: hetzelfde tempo, een andere bedoeling

Mijn anatomielessen hielpen me nog iets begrijpen. Yin yoga en restorative yoga kunnen er voor iemand die ernaar kijkt behoorlijk hetzelfde uitzien. Yin yoga zich richt op het diep rekken van bindweefsel om de flexibiliteit te vergroten, terwijl Restorative yoga draait om volledige passieve ontspanning en herstel van het zenuwstelsel zonder actieve stretch.

We bewegen langzaam. We blijven langer in houdingen. Er liggen misschien bolsters, dekens en blokken om ons heen. We zweten niet en onze hartslag schiet niet omhoog.

Maar fysiologisch is de bedoeling niet hetzelfde. Bij yin zoeken we bewust een langdurige, gedoseerde mechanische belasting op. Bij restorative yoga is die belasting juist niet het primaire doel.

Daar worden hulpmiddelen gebruikt om het lichaam zoveel mogelijk te ondersteunen. Niet zodat ik langer kan rekken, maar zodat mijn lichaam de houding zo min mogelijk zelf hoeft te dragen.

Dat brengt een heel andere vraag met zich mee. Wat gebeurt er wanneer we een lichaam dat voortdurend iets moet dóén juist zo ondersteunen dat het tijdelijk zo min mogelijk hoeft te presteren? Later in mijn opleiding ga ik mij daar tijdens 50 uur restorative yoga verder in verdiepen.

Ik ben benieuwd wat ik daar ga leren.

Want ook hier geldt kennelijk voor mij: voordat ik werkelijk kan ervaren wat iets doet, wil mijn hoofd eerst begrijpen waarom we het eigenlijk doen.

En dan is er nog het zenuwstelsel

Want daarmee zijn we er nog niet. Wat ik tijdens een yin-houding ervaar, wordt niet uitsluitend bepaald door de mechanische eigenschappen van spieren, bindweefsel of fascia. Mijn zenuwstelsel doet mee.

Pijn, spanning en bewegingsruimte zijn geen simpele afspiegeling van de toestand van één spier of één stukje fascia. Het zenuwstelsel verwerkt voortdurend informatie uit het lichaam en de omgeving en speelt een belangrijke rol in hoe lichamelijke sensaties worden ervaren.

Dat maakt de uitspraak ‘ik rek mijn fascia en daardoor ontspan ik’ veel te eenvoudig.

Maar zeggen dat de fysieke belasting er niet toe doet, is evenmin logisch.

Ons lichaam functioneert niet als een verzameling losse onderdelen.

Spieren, gewrichten, bindweefsel, zenuwstelsel, ademhaling en onze beleving van lichamelijke sensaties beïnvloeden elkaar voortdurend.

En juist daar begon voor mij de kennis uit het klaslokaal over te gaan in iets anders.

Ervaring.

Toen gebeurde er op de mat iets anders

Gisteravond volgde ik opnieuw een yinles.

Een les die ik al vaker heb gedaan. De asana’s waren niet nieuw. Mijn lichaam was niet ineens soepeler. Mijn pijn was niet verdwenen.

De houdingen waren hetzelfde. Maar ík ervoer ze anders. Omdat ik beter begreep wat ik aan het doen was, hoefde ik niet voortdurend op zoek naar het doel van de houding.

Ik hoefde niet verder. Ik hoefde niets bijzonders te voelen. Ik kon een passende belasting vinden en daar blijven. Voelen wat er gebeurde zonder onmiddellijk te hoeven ingrijpen. Misschien iets minder spanning. Misschien juist weerstand. Een verandering in mijn ademhaling. Een sensatie die eerst nadrukkelijk aanwezig was en later naar de achtergrond verdween. Of soms helemaal niets. En dat mocht er allemaal zijn.

Niet omdat iemand tegen me zei dat ik moest ‘loslaten’. Maar omdat mijn hoofd eindelijk begreep waarom mijn lichaam tijd kreeg.

Begrijpen als toegang tot voelen

Dat is misschien wel mijn grootste ontdekking. Er wordt soms gedaan alsof we uit ons hoofd en in ons lichaam moeten komen. Alsof denken en voelen elkaars tegenpolen zijn. Voor mij werkt het blijkbaar anders.

Ik ben jarenlang sterk door mijn hoofd geleid. Analyseren, begrijpen, verklaren en oplossen zijn vertrouwde strategieën. Ik hoef dat hoofd misschien helemaal niet weg te sturen om beter naar mijn lichaam te leren luisteren.

Kennis kan juist de ingang zijn. Door te begrijpen hoe botten en gewrichten onze bewegingsmogelijkheden mede bepalen, hoef ik niet meer iedere houding te ‘halen’.

Door te begrijpen dat verschillende weefsels verschillend reageren op belasting, hoef ik niet iedere vorm van yoga langs dezelfde meetlat te leggen. Door te begrijpen dat tijd onderdeel kan zijn van een mechanische prikkel, krijgt blijven betekenis.

En door te begrijpen dat mijn zenuwstelsel meespeelt in wat ik voel, kan ik een lichamelijke sensatie soms waarnemen zonder onmiddellijk te concluderen dat ik er iets mee moet. Mijn hoofd helpt me zo om mijn lichaam beter te leren kennen.

Dan hoef ik het niet meer alleen te begrijpen. Dan kan ik het ervaren.

De waarde van zakken

Ik zal waarschijnlijk altijd houden van vinyasa. Van warmte. Kracht. Bewegen. Doen.

Maar mijn opleiding tot yogadocent leert me dat werken aan mijn lichaam veel meer vormen kan aannemen.

Soms heeft het kracht nodig.

Soms beweging.

Soms een langdurige, zorgvuldig gedoseerde belasting.

En soms – iets waar ik mij tijdens mijn verdere opleiding nog veel meer in ga verdiepen – misschien juist volledige ondersteuning en herstel.

Mijn anatomielessen hebben me geleerd dat daar een fysieke werkelijkheid onder ligt. Ons lichaam bestaat uit verschillende weefsels die ieder op hun eigen manier reageren op belasting, beweging, tijd en herstel.

Yin heeft voor mij daardoor een andere betekenis gekregen. Niet omdat ik eindelijk heb geleerd dat ik moet vertragen. Maar omdat ik eindelijk begrijp wat ik aan het doen ben. En nu ik het begrijp, kan ik het ervaren.

Eerst begrijpen. Dan ervaren. En uiteindelijk misschien steeds iets meer durven vertrouwen op wat het lichaam zelf vertelt.

Plaats een reactie